Zevenheuvelenloop

Niemand springt hoger, als de lat lager wordt gelegd. Met deze gedachte ging ik afgelopen zondag naar de Zevenheuvelenloop in Nijmegen. Hoe hoog kun je eigenlijk de lat voor jezelf leggen? En wat zou je moeten doen om de hoogst haalbare prestatie tijdens een wedstrijd te behalen?

Uiteraard zijn er factoren die een wedstrijd kunnen beïnvloeden. Om er maar een paar te noemen, denk aan bijvoorbeeld het weer, het startvak waarin jij je bevindt en het aantal atleten dat je moet passeren als je geen gunstige plaats hebt. Dan komen we bij een punt dat niet minder belangrijk is, maar hoe kun jij je mentaal zo goed mogelijk voorbereiden voor een optimale prestatie.

Dit zijn vragen die me de laatste tijd steeds meer bezig houden, ook als coach. Want uiteindelijk wil ik ook een bijdrage leveren in het plezier en de prestatie van mijn atleten. Samen doelen formuleren en ze samen bereiken.

Maar nu stond ik er alleen voor. Nou ja, niet helemaal. Want mijn eeuwig optimistische vriend heeft al een tijdje geleden luidkeels aangekondigd dat een resultaat (voor ons beiden) van onder het uur wel mogelijk zou moeten zijn. Maar mijn gevoel zei: ‘Lat te hoog, lat té hoog!’ Tuurlijk zou dat mooi zijn. Maar… Tja, ik heb afgelopen jaar alleen tijdens de 10K van de Bufferrun net boven de 4 minuten gemiddeld per kilometer gelopen. So, what are the odds?

Mijn gevoel toen we onderweg naar Nijmegen waren: met een resultaat van 1:02:00 zou ik absoluut tevreden zijn. Eens zien of m’n gevoel klopt…

Spelend met de getalletjes van tussen 4:05 en 4:10 gemiddeld p/km zijn we van start gegaan. Met 7 heuveltjes en een woeste herfstwind, werd het snel duidelijk dat het geen gemakkelijke zondag zou worden. De eerste 6 kilometer van de wedstrijd waren loodzwaar! Ik kwam maar niet op gang. Net als ik helemaal blij wil worden van een afdaling, begint er alweer een beklimming. Geen tijd dus om te herstellen.

Ik was vaak met mezelf aan het bakkeleien. Niet toegeven aan de vermoeidheid, bij het groepje blijven, niet denken aan de benen die koud en stijf zijn, denkend dat het ‘maar’ 15 kilometer zijn. Gelukkig heeft een atleet die hier al voor de 10e keer aan de start stond, ons een paar gouden tips gegeven net voor vertrek. Namelijk dat we onderweg van de omgeving moeten genieten, en dat het na de 11e kilometer alleen maar bergafwaarts gaat. Daar keken we dus naar uit. Kilometerpunt 11.

Maar oef, wat duurde het lang eer we er waren. En net nu zal je zien dat de wind niet in ons voordeel lag, die laatste 4 km van deze uitdaging. Waar we eigenlijk hadden moeten ‘vliegen’, moesten we nu genoegen nemen met een gemiddelde van net onder de 4 minuut p/km heuvelaf, tegen wind. Maar… positief blijven, we zijn er bijna.

Op een gegeven moment hield ik me niet meer bezig met mijn Polar, maar was het belangrijker om nog zoveel mogelijk dames voorbij te lopen richting de finish. Dat gaf een enorme kick. Dametje in roze, check. Dametje in blauw, check.

En dan uiteindelijk komt de finish in zicht. Mijn vriend heeft nog benen over voor een laatste versnelling, ik niet. Ze zijn ergens achter gebleven op kilometer 10. Eenmaal over de streep moest ik echt even de tijd pakken om te beseffen dat het voorbij is. Samen hebben we net 15 km lang tegen of over de grens (aan)gelopen. Bam!! Ik heb alles gegeven. Het was zwaar, ook mentaal.

Het duurde daarna de hele middag voordat ik weer helemaal was bijgekomen. En uiteindelijk kon genieten van een tijd van 1:02:29. Gemiddelde van 4:07 p/km. Zie je, mijn gevoel had dus gelijk, wilde ik nog tegen mijn vriendje zeggen…